Een goed passend bit is essentieel voor het comfort van je paard. Toch worden er in de praktijk veel fouten gemaakt bij de maat, dikte en afstelling van het bit.
Soms lijken deze fouten klein, maar ze kunnen veel invloed hebben op de aanleuning, het vertrouwen in de hand en het welzijn van je paard. In deze blog bespreken we de meest voorkomende fouten bij het gebruik van een bit.
Een te groot bit kan ongemerkt schade veroorzaken in de mond van je paard. Vaak zie je dit wanneer je een teugel aanneemt en het bit duidelijk uit de mond komt.
Het nadeel van een te groot bit is dat het te veel gaat bewegen. Hierdoor kan het scharnierpunt tegen de binnenkant van de lippen komen. Op die plek kunnen vervelende wondjes ontstaan die vaak pas laat worden ontdekt.
Een bit moet stabiel liggen, zonder door de mond te schuiven.
Ook een te klein bit is onprettig voor je paard. Aan beide kanten van de mond hoort het bit ongeveer een halve centimeter uit te steken.
Wanneer het bit strak tegen de mondhoeken ligt, kunnen wondjes en schuurplekken ontstaan. Bij een watertrens is het risico nog groter, omdat de mondhoeken tussen de losse ringen kunnen komen. Dit kan pijnlijke sneetjes veroorzaken.
Wanneer een bit te laag hangt, ligt het onrustig in de mond. Het kan gaan rammelen tijdens het bewegen en geeft daardoor onduidelijke hulpen.
In sommige gevallen kan een te laag hangend bit zelfs tegen de tanden aankomen. Dit is vanzelfsprekend erg onprettig voor het paard en kan zorgen voor weerstand of spanning.
Een bit dat te hoog hangt, komt minder vaak voor, maar kan ook problemen geven.
Bij het aandoen van het hoofdstel merk je dit vaak al. Het hoofdstel moet dan strak over de oren worden getrokken en in de mondhoeken ontstaan duidelijke plooien.
Een te hoog hangend bit geeft constante druk op de mondhoeken en laat het paard weinig ruimte om ontspannen met het bit om te gaan.
Er wordt vaak gedacht dat een dik bit automatisch vriendelijker is. In theorie wordt de druk verdeeld over een groter oppervlak, maar in de praktijk is dit niet altijd prettig.
Veel paarden hebben relatief weinig ruimte in de mond. Wanneer het bit te dik is, kan het paard de mond niet ontspannen sluiten. Dit kan juist zorgen voor spanning, ongemak en weerstand.
Een dunner of anatomisch gevormd bit kan in zo’n geval beter passen.
Een dun bit werkt directer in, omdat de druk op een kleiner oppervlak komt. Bij een rustige en stabiele hand hoeft dit niet altijd een probleem te zijn, maar bij een onrustige of sterke hand kan een te dun bit te scherp worden.
Voor beginnende ruiters of ruiters met een minder stabiele hand is een te dun bit meestal geen goede keuze.
Ook hierbij geldt dat de juiste dikte altijd afhankelijk is van het paard én de ruiter.
Bij het aandoen van het hoofdstel is het belangrijk om niet alleen naar de neusriem te kijken, maar ook naar het bit.
Soms hangt het bit aan één kant hoger dan aan de andere kant. Dit kan komen door ongelijk afgestelde bakstukken of beweeglijke onderdelen van het hoofdstel.
Een scheef hangend bit zorgt voor ongelijke druk in de mond. Daardoor wordt het voor het paard lastig om een gelijkmatige aanleuning te vinden.
Veel problemen met aanleuning, spanning of weerstand ontstaan door kleine fouten in maat of afstelling. Door regelmatig te controleren of het bit goed past en recht hangt, voorkom je ongemak.
Twijfel je of jouw bit goed ligt? Dan kan een bit- en hoofdstelfitting Bittenshop helpen om de pasvorm, afstelling en inwerking objectief te beoordelen.
Veelgemaakte fouten bij het gebruik van een bit hebben vaak te maken met maat, dikte en afstelling. Een te groot, te klein, te dik, te dun of scheef hangend bit kan zorgen voor ongemak en onduidelijke communicatie.
Door kritisch te kijken naar de ligging van het bit en de reactie van je paard, kun je veel problemen voorkomen.
Geen reacties gevonden.